De Rhodesian Ridgeback staat bekend als een relatief gezond ras. Toch komen er een aantal ras specifieke aandoeningen voor. Daarnaast zijn er ook bij de Rhodesian Ridgeback aandoeningen bekend die niet ras gebonden zijn.

Fokkers binnen de RRCN confirmeren zich aan het VFR (verenigingsfokreglement). Dit houdt onder andere in dat de ouderdieren worden getest op HD, ED en JME, vóórdat ermee gefokt gaat worden. Voor een aantal overige aandoeningen bestaan ook onderzoeksmogelijkheden, maar deze zijn ofwel nog niet sluitend, hangen van meerdere factoren af of komen in (zeer) beperkte mate voor. De keuze om hiervoor al dan niet verder onderzoek te laten doen ligt bij de fokker zelf.

De RRCN heeft als doel gezonde Rhodesian Ridgebacks voort te brengen, waardoor het VFR onderhevig is aan veranderende inzichten. Aandoeningen waarop nu niet getest dient te worden kunnen daarom in de toekomst wel worden opgenomen in het VFR.

Pups geboren binnen de RRCN krijgen bij de fokker thuis een controle door mensen van de nestinventarisatie. Dit houdt in dat elke pup zijn/haar eigen verslag krijgt waarop behalve uiterlijke kenmerken ook een aantal gezondheidsaspecten worden beoordeeld, waaronder

  • Dermoïd Sinus
  • benige afwijking van de staart
  • ectropion/entropion
  • cryptorchidie
  • navelbreuk

Voor elke aandoening wordt genoteerd of deze al dan niet aanwezig is. Deze inventarisatie is beschikbaar voor de pup koper en een kopie hiervan vergezeld de pup naar de nieuwe eigenaar. Deze aanpak geeft een pup koper meer zekerheid en/of openheid over enkele belangrijke aspecten vóór aankoop. Pups geboren buiten de vereniging krijgen geen nestinventarisatie. Het komt dan ook regelmatig voor dat dan bij het eerste bezoek aan de eigen dierenarts of zelfs op latere leeftijd afwijkingen worden geconstateerd behandeling behoeven.

nl_NLNederlands